Rombout Nijssen Rombout Nijssen Rombout Nijssen
U bent nu hier: Home - Voordrachten

Voordrachten

 

 

 

 

 

Op woensdagen 22 februari, 8 en 22 maart, van 10.30 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 16 uur, begeleidt Rombout de cursus Schrijf zelf een artikel voor een heemkundig tijdschrift. De cursus wordt georganiseerd door het Davidsfonds en vindt plaats in het Rijksarchief te Hasselt, Bampslaan. 

 

Op woensdag 8 maart 2017, om 19.30 uur, spreekt Rombout in de gemeentelijke bibliotheek, in de Paenhuisstraat in Riemst, over "Riemster veteranen van Napoleon in 1815".

Na de nederlaag van Napoleon in Leipzig in 1813, en de verovering van Parijs door de geallieerden in het voorjaar van 1814, kwam er niet alleen een einde aan de loopbaan van de Franse keizer, maar ook aan de militaire carrière van duizenden vechtersbazen uit alle streken in Europa. De ontbinding van de Franse legers betekende voor honderdduizenden jonge rekruten dat zij weer naar huis mochten. Voor duizenden anderen, die al een tiental jaren met Napoleon optrokken, die al de grote veldslagen uit de eerste decennia van de negentiende eeuw hadden meegemaakt, betekende dat i veel gevallen dat zij weer naar huis moesten. Ook in de dorpen van Riemst kwamen tientallen mannen weer naar huis, waarvan er een aantal bij prestigieuze eenheden in het Franse leger gevochten hadden. Sommigen van hen moesten voortaan als dagloner om werk gaan schooien.

In 1815 raakten de bestuurders van de "bevrijde" gebieden in paniek, toen bleek dat Napoleon niet meer dan 20 dagen nodig had om van het strand aan de Middellandse Zee Parijs te bereiken, en dat hij weer gevolgd werd door tienduizenden van zijn vroegere soldaten. Het onderzoek dat de bestuurders van het toenmalige gouvernement-generaal België instelden naar de verblijfplaatsen van de "Belgische" veteranen van Napoleon, is de voornaamste bron voor deze voordracht.

 

 

 

Op donderdag 6 april 2017, om 20 uur, spreekt Rombout in het auditorium van het Gallo-Romeins museum in Tongeren over "Het goud van Tongeren".

Wie enige ervaring in het archiefonderzoek heeft weet dat hij bijzonder goed moet opletten wanneer het er om gaat geldbedragen zoals die in de bronnen worden vermeld, te interpreteren. In cijnsregisters uit de veertiende eeuw en uit de eerste helft van de vijftiende eeuw, vindt men bedragen uitgedrukt in obolen, in griffioenen, boddragers, denieren, schellingen of oude groten. Vanaf de vijftiende eeuw vindt men bedragen uitgedrukt in guldens, stuivers en oorden, maar wanneer in datzelfde archiefstuk beschreven wordt hoe een betaling verricht wordt, is er weer sprake van griffioenen, ecu’s, crompsterten, blaffarts, guldens, nobels en nog veel andere muntnamen.

Rombout verduidelijkt hoe in de periode voor de Franse Tijd betalingen gedaan werden en welke munten daarvoor gebruikt werden, hoe men spaarde, en welke mogelijkheden er bestonden voor wie zijn geld veilig wilde beleggen. Hij illustreert zijn verhaald met voorbeelden uit  Tongeren en omgeving.